Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan aan voor onze nieuwbrief.

Terug

Zelfstandigenwet krijgt vorm: dit is de stand van zaken na Prinsjesdag

In maart zette het kabinet een nieuwe koers in voor zzp-wetgeving. Het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel VBAR werd geschrapt en daarvoor moet de nieuwe Zelfstandigenwet in de plaats komen. Inmiddels is duidelijker hoe die wet eruit moet gaan zien. Kort voor Prinsjesdag presenteerde het kabinet de volgende stappen en tijdens Prinsjesdag werd bevestigd dat de Zelfstandigenwet een belangrijk onderdeel blijft van de plannen voor de arbeidsmarkt. Wat weten we inmiddels over de Zelfstandigenwet? En wat betekent dit nu al voor organisaties die zelfstandigen inhuren?

Van VBAR naar de Zelfstandigenwet

Het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR moest meer duidelijkheid geven over de vraag wanneer iemand werkt als zelfstandige en wanneer feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het kabinet besloot in maart 2026 het verduidelijkingsdeel van deze wet te schrappen. Volgens het kabinet was hiervoor onvoldoende draagvlak en zorgde de onzekerheid rondom het voorstel ervoor dat opdrachten voor zelfstandigen onnodig wegvielen.

Daarvoor moet de Zelfstandigenwet in de plaats komen. Op 10 september 2026 gaf minister Aartsen van Werk en Participatie meer duidelijkheid over de richting van deze nieuwe wet. Het uitgangspunt: vooraf duidelijkere spelregels bieden waarmee zelfstandigen en opdrachtgevers beter kunnen bepalen wanneer werkzaamheden zelfstandig kunnen worden uitgevoerd.

Hoe moet de Zelfstandigenwet gaan werken?

Het kabinet werkt met twee toetsen:

1. De zelfstandigentoets
Deze kijkt naar de persoon van de zelfstandige. Daarbij staat centraal of iemand daadwerkelijk als ondernemer opereert, onafhankelijk is en ondernemersrisico draagt.

2. De werkrelatietoets
Deze kijkt naar de opdracht zelf. Centraal staat hoeveel vrijheid en onafhankelijkheid de zelfstandige binnen de opdracht heeft en of gezag ontbreekt.

Het kabinet spreekt daarbij over een ‘veilige haven’. Wie aan de voorwaarden van beide toetsen voldoet, moet meer zekerheid krijgen dat de werkzaamheden als zelfstandige kunnen worden uitgevoerd en er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Wie niet aan de voorwaarden voldoet, is overigens niet automatisch werknemer. Dan blijft een verdere beoordeling van de arbeidsrelatie nodig.

De Zelfstandigenwet wordt daarmee anders ingestoken dan het eerdere verduidelijkingsdeel van VBAR. De wet moet vooral duidelijk maken wanneer je in ieder geval als zelfstandige kunt werken, zonder de bestaande bescherming van werknemers te veranderen. Een eerder voorgestelde toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens maken geen onderdeel uit van de huidige uitwerking.

Zelfstandigenwet in internetconsultatie

Op 1 oktober 2026 is het conceptwetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet in internetconsultatie gegaan. Daarmee is voor het eerst concreet uitgewerkt hoe de zelfstandigentoets, werkrelatietoets en de voorgestelde 'veilige haven' eruit moeten gaan zien. De consultatie loopt tot en met 29 oktober 2026. Daarna worden de reacties verwerkt voordat het voorstel verder de wetgevingsprocedure doorloopt.

Met de internetconsultatie zijn ook meer details bekend geworden over de invulling van de twee toetsen. Bij de zelfstandigentoets wordt onder meer gekeken naar kenmerken van ondernemerschap, zoals een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, eigen facturatie, meerdere opdrachtgevers en het treffen van voorzieningen tegen ondernemersrisico's. De werkrelatietoets kijkt naar de specifieke opdracht en beoordeelt onder andere of de zelfstandige voldoende vrijheid heeft om het werk zelf te organiseren en voor eigen rekening en risico uit te voeren. Het kabinet kiest daarmee voor een tweestapsbenadering. Eerst wordt gekeken of iemand daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer opereert. Vervolgens wordt beoordeeld of ook de concrete opdracht voldoende ruimte biedt voor zelfstandig ondernemerschap. Pas wanneer aan beide toetsen wordt voldaan, ontstaat toegang tot de voorgestelde 'veilige haven'.

Het rechtsvermoeden gaat wél door

Het andere onderdeel van VBAR, het rechtsvermoeden op basis van een laag uurtarief, is inmiddels een afzonderlijke wet geworden. Deze is in juni 2026 aangenomen en treedt 31 december 2026 in werking. Het rechtsvermoeden moet de positie van lager betaalde werkenden versterken. Werkt iemand onder de geldende tariefgrens en beroept diegene zich op het rechtsvermoeden, dan wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is vervolgens aan de opdrachtgever om dat vermoeden te weerleggen.

Het kabinet communiceert daarbij momenteel een bedrag van €38 per uur, met 1 januari 2026 als peildatum. Het uiteindelijke toepasselijke bedrag bij inwerkingtreding wordt formeel volgens de wettelijke indexeringssystematiek vastgesteld.

Wanneer moet de Zelfstandigenwet ingaan?

Ook over de planning is inmiddels meer bekend. Eind september 2026 wil het kabinet een tweede internetconsultatie starten en het voorstel laten toetsen op uitvoerbaarheid en regeldruk. Daarna moet het voorstel zo snel mogelijk naar de Raad van State. Het kabinet wil de Zelfstandigenwet voor de zomer van 2027 bij de Tweede Kamer indienen. De parlementaire behandeling is voorzien in 2027, met 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum.

Dat is nadrukkelijk de planning van het kabinet. Het wetsvoorstel moet de verdere wetgevingsprocedure nog doorlopen en kan daarin nog veranderen.

Wat betekent dit nu voor opdrachtgevers?

De belangrijkste boodschap: de Zelfstandigenwet geldt nog niet. Totdat nieuwe wetgeving in werking treedt, moeten organisaties arbeidsrelaties beoordelen aan de hand van de huidige wetgeving en rechtspraak. Daarbij wordt gekeken naar alle omstandigheden waaronder iemand werkt. Niet alleen wat er in een overeenkomst staat, maar vooral hoe de samenwerking er in de praktijk uitziet.

Dat blijft belangrijk, want sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. In 2026 kunnen daarbij ook vergrijpboetes worden opgelegd. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd. Daarnaast kunnen bij een verkeerd gekwalificeerde arbeidsrelatie gevolgen ontstaan voor loonheffingen en het arbeids- en pensioenrecht.

Voor opdrachtgevers is het daarom niet verstandig om te wachten op 2028. Blijf bij iedere inzet kritisch kijken naar de feitelijke arbeidsrelatie: krijgt iemand daadwerkelijk de ruimte om zelfstandig te werken, hoe is de opdracht ingericht en hoe wordt daar in de praktijk mee omgegaan?

Prinsjesdag verandert de koers niet, maar bevestigt hem

Prinsjesdag heeft dus niet opnieuw voor een grote koerswijziging gezorgd. Wel heeft het kabinet bevestigd dat de Zelfstandigenwet de komende periode een belangrijk onderdeel vormt van het arbeidsmarktbeleid. In de Troonrede werd de wet expliciet genoemd als middel om zelfstandigen ruimte te geven om te ondernemen, schijnzelfstandigheid tegen te gaan en opdrachtgevers meer duidelijkheid te bieden. Waar in het voorjaar vooral duidelijk werd dat VBAR deels plaatsmaakt voor een andere aanpak, wordt nu steeds concreter hoe die nieuwe aanpak eruit moet gaan zien.

Met de internetconsultatie van 1 oktober is de aangekondigde koers voor het eerst uitgewerkt in een concreet wetsvoorstel. De kern van het voorstel is een 'veilige haven' voor zelfstandigen en opdrachtgevers die voldoen aan de zelfstandigentoets en werkrelatietoets. Tegelijkertijd blijft de bestaande beoordeling van arbeidsrelaties bestaan voor situaties die niet binnen deze veilige haven vallen.

Voor opdrachtgevers verandert er op dit moment nog niets. De Zelfstandigenwet geldt nog niet en arbeidsrelaties moeten nog steeds worden beoordeeld op basis van de huidige wetgeving en rechtspraak. Wel geeft het consultatievoorstel voor het eerst een concreet beeld van de richting waarin het kabinet de regels rondom zelfstandig ondernemerschap wil ontwikkelen.

De internetconsultatie loopt tot en met 29 oktober 2026. Daarna wordt duidelijk of en op welke punten het kabinet het wetsvoorstel nog aanpast voordat het naar de Raad van State en vervolgens naar de Tweede Kamer gaat. Voor opdrachtgevers blijft ondertussen gelden: beoordeel de inzet van zelfstandigen op basis van de regels die nú gelden en zorg dat afspraken en praktijk met elkaar overeenkomen.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Bekijk de video Schijnzelf­stan­dig­heid - 'Van Lastig naar Logisch'.

Meer lezen over de wereld van inhuur?

Wil jij meer grip op externe inhuur? Ontdek hoe je van ad-hoc inhuur naar een strategische aanpak gaat. Vraag De Inhuurgids aan, een gratis handzaam boekje dat een praktisch én verdiepend kompas biedt om bewust op externe inhuur te sturen. Speciaal voor overheidsorganisaties, onderwijsinstellingen en uitvoeringsorganisaties.

Iris de Groot

Iris de Groot

Jurist